Nieuwe Hotspot (D-Star) in Amersfoort Noord

Amersfoort-Noord heeft een nieuwe D-STAR-hotspot vlakbij de A1, ter hoogte ongeveer van Ikea.

Het verschil tussen een hotspot en een repeater is dat een hotspot (bij packet heet dat een node) geen stations via de ether relayeert. Dit gebeurt alleen via het netwerk op andere repeaters en hotspots. Dit is een nadeel van een hotspot, het voordeel is echter dat een hotspot makkelijker is te maken en ook dat er makkelijker een ATOF voor te krijgen is, doordat er niet zo’n strak dekkingsplan voor bestaat als bij repeaters.

Net als de meeste andere moderne hotspots kun je deze deze hotspot wel lokaal gebruiken door de “echo-functie” te gebruiken. Dit is een functie die Icom-repeaters die met de veelgebruikte DPLUS-software zijn uitgerust ook hebben. (Uitleg zie hieronder).

Over enkele weken zal de hotspot ook via EchoLink gebruikt kunnen worden. Hiermee wordt het dan bijvoorbeeld mogelijk om met een D-STAR-portofoon in Amersfoort-Noord via analoge repeaters als PI3UTR en PI2NOS te werken. Op EchoLink is de hotspot dan bereikbaar onder PI1XDV-L. Op langere termijn wordt naast D-STAR hoogstwaarschijnlijk ook het gebruik van DMR via de hotspot mogelijk.

Gegevens van de hotspot zijn:
Roepnaam PI1XDV
Frequentie: 430,975 MHz
RPT1: PI1XDV B
RPT2: PI1XDV G

Belangrijk: de hotspot past om storingen in het D-STAR-netwerk te voorkomen controle toe op de correcte instelling van RPT1 en RPT2. Het klinkt voor de meeste mensen onlogisch, maar het D-STAR-apparaat moet hiervoor worden ingesteld op een repeatershift van 0 kHz. De reden hiervan is dat bij de instelling ‘simplex’, de registers RPT1 en RPT1 niet door een D-STAR-apparaat worden uitgezonden, en zodra de shift is ingeschakeld (op 0 Hz of een andere shift) gebeurt dat wel.

Uitleg echo-functie voor lokaal gebruik van de hotspot buiten het D-STAR-netwerk

Voor de echo-functie (niet te verwarren met de EchoLink-functie!) moet eerst door een van de stations het commando ”       U” (zeven spaties en een U) in het UR-register worden geplaatst en ongeveer 1 sec. de PTT worden ingedrukt. De hotspot wordt dan ge-unlinkt van de reflector waar hij aan gekoppeld is.

Vervolgens moeten alle deelnemende stations stations ”      E” (zeven spaties en een E) in het UR-register plaatsen. Alle doorgangen die zo met de letter E worden uitgezonden, worden door de hotspot meteen nadat de uitzending afgelopen is nogmaals uitgezonden.

De hotspot terugzetten in de normale stand na het beëindigen van de verbinding gaat dan met “DCS007BL” in UR, en vervolgens weer 1 sec. PTT indrukken. Vergeet niet om daarna CQCQCQ in het UR-register van de D-STAR-apparaten te zetten. Veel apparaten hebben hiervoor een aparte knop, bij de IC-92 is dat het 1 seconde lang indrukken van de de Ø-toets.

De hotspot staat momenteel overdag op de landelijke D-STAR-reflector DCS007B. ‘s Nachts als het doorgaans in Nederland rustig is, gaat de hotspot tussen 01.00 uur en 06.00 uur automatisch naar een drukke Amerikaanse reflector (REF030C), zodat er ook tijdens de nachtelijke uren vrijwel voortdurend QSO’s te horen zijn, waar Nederlandse stations zich overigens ook gerust kunnen inmelden.

Los van deze standaardinstellingen is iedereen overigens welkom om zelf op de manier waarop dat gebruikelijk is de hotspot aan een andere reflector, repeater of hotspot te linken.

Dank aan John (PAØETE) voor zijn bijdrage aan dit artikel.

Dit bericht is geplaatst in Ander nieuws met de tags , , , , . Bookmark de permalink.